Het punt van Paul
Merel en Daan gaan verhuizen
Door Paul de GoedeMerel en Daan zijn allebei eind twintig. Ze zijn gelukkig getrouwd en bewonen een schattige partérrewoning in een sfeervol ‘jaren-dertig’ buurtje. Ze willen graag kinderen en daarom is Merel onlangs gestopt met de pil. Met een beetje inschikken valt er een babykamertje vrij te maken in het huisje. Daar moet dan wel de studeerkamer voor wijken, maar het bureau kan ook in de woonkamer. Op termijn wordt het huisje écht te klein. Twee kinderkamers passen er niet in, Merel wil een nieuwe badkamer met ligbad en eigenlijk wou Daan de studeerkamer al niet eens delen. Verhuizen lijkt logisch, maar dat gaat met een zwaar gemoed. Dit is hun eerste koophuisje. Samen hebben ze het tot hun paleisje gemaakt. Hun veilige schuilhoek in het land waar grote mensen wonen.
‘Het kan ook anders’ geeft Merel aan. ‘We kunnen uitbouwen in de tuin. Dat levert twee kamers op en dan kunnen we er weer jaren tegen’. Daan geeft het toe. ‘Dat kan’, hij heeft echter ook een tegenargument. ‘Het geeft veel gedoe en rommel, en een nieuwe start heeft ook wel weer iets spannends.’ Een winter lang komt het onderwerp regelmatig terug. Er wordt driftig over gediscussieerd. Soms luchtig, soms emotioneel. Uiteindelijk hakken ze een knoop door, dat hoor je uiteindelijk immers met knopen te doen. De uitslag: ze gaan verhuizen.
Drie makelaarskantoren worden gebeld om een aanbod te doen voor de taxering en verkoop van het huisje. De andere dag gebeurt er iets merkwaardigs. Bij het verlaten van de woning treffen Merel en Daan drie verontwaardigde aannemers op de stoep aan. ‘Hoe hebben jullie dat nou kunnen doen?!’ jammert de eerste. ‘We hadden het zo mooi voor jullie kunnen verbouwen!’ weeklaagt de tweede. En de derde moppert: ‘jullie wisten niet eens wat de uitbouw zou gaan kosten, mooie boel om de kiet dan maar te koop te zetten!’
Waarschijnlijk bent u nu net zo verontwaardigd als Merel en Daan zelf, maar weet u ook waarom? Het zit ongeveer zo: aannemers en makelaars (en welke derde partij dan ook) hebben er namelijk niets mee te maken wat voor principiële keuzes Merel en Daan in hun leven willen maken. Zij komen pas kijken in het stadium daarna: wanneer ons stel een scherpe deal binnen hun principiële voornemen willen sluiten.
Zoals zo vaak is de werkelijkheid echter weer gekker dan de fictie. Het college van onze gemeente Leidschendam-Voorburg heeft onlangs een principebesluit genomen over de centrale huisvesting. De uitslag: het huidige stadskantoor aan de Bachlaan wordt verbouwd. Net als bij Merel en Daan konden ook andere keuzes worden gemaakt die andere kansen boden, maar waar andere risico’s tegenover stonden. Er konden bijvoorbeeld leegstaande gebouwen worden gehuurd. Ook in dit verhaal stonden er partijen te blazen op de stoep, of liever gezegd: in de Voorburgse Raadszaal. De vastgoedeigenaren hadden nog nooit zoiets meegemaakt. De gemeente wilde niet eens weten wat de huuroptie precies zou kosten, de verhuurders werden niet uitgenodigd en ze hebben daarom geen eerlijke kans gehad.
Ik zou zeggen: laten we daar héél blij om zijn. Want zakelijke partijen horen niet aanwezig te zijn bij principiële afwegingen over het týpe besluit dat politieke gremia wensen te nemen. Niet feiten, cijfers en strategie zijn daar doorslaggevend, maar politieke opvattingen. Uiteindelijk weerspiegelen deze de opvattingen van burgers. Dat komt tot uitdrukking in de krachtsverhoudingen waarin politieke partijen tegenover elkaar staan. En ja, dat maakt de besluitvorming inderdaad ingewikkeld. Ongeveer net zo ingewikkeld als bij Merel en Daan thuis.
Maar ik weet zeker dat Merel en Daan tevreden terugkijken op hun gebakkelei omdat ze er sámen uit zijn gekomen. Je moet er toch niet aan denken dat er elk moment makelaars accountants, juristen en aannemers gewapend met staafdiagrammen en powerpointpresentaties je keuken binnenlopen om te zeggen: ‘nu maak je een fout, uit deze statistiek blijkt iets heel anders.’ Ik wens Merel en Daan veel succes met de verkoop van hun oude- en de aankoop van hun nieuwe woning. Wellicht valt er nog wel eens iets te verbouwen op hun toekomstige stek!
(3 december 2010)




word lid